Minister stopt i-Police na vijf jaar zonder tastbare resultaten
Het digitaliseringsprogramma i-Police van de federale politie wordt met onmiddellijke ingang stopgezet op beslissing van minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR). Uit een evaluatie na bijna vijf jaar blijkt dat het project “geen tastbare resultaten” heeft opgeleverd. Het contract met IT-dienstverlener Sopra Steria, ter waarde van 299 miljoen euro en afgesloten eind 2021, wordt officieel ontbonden. Tot nu toe werd daarvan 75,8 miljoen euro uitbetaald.
Het project kampte al geruime tijd met moeilijkheden. In 2022 nam de toenmalige politiechef ontslag en in 2024 werd het programma herleid tot vier prioritaire onderdelen, maar ook die bijsturing leidde niet tot concrete verbeteringen op het terrein. Minister Quintin stelt dan ook dat “Onze politie heeft nood aan een andere, meer doeltreffende digitale aanpak”. Hij pleit voor “kleinschalige en modulaire projecten die rechtstreeks inspelen op de noden op het terrein en worden ontwikkeld door diensten met de nodige expertise”. Volgens de minister “laat die aanpak toe om sneller resultaten te boeken en beter aan te sluiten bij de reële noden op het terrein”. De Federale Politie geeft toe dat “Door het uitblijven van resultaten van het i-Police-project heeft de digitale transformatie vertraging opgelopen”, maar benadrukt tegelijk dat die transformatie “een van onze prioriteiten” blijft.
Ook politievakbond NSPV toont begrip voor de beslissing. Carlo Medo wijst erop dat “We hebben natuurlijk systemen die functioneren, maar het kan altijd beter en moderner”. Daarnaast stelt hij dat “Nu kost het tijd om telkens verschillende databases te raadplegen, terwijl i-Police het mogelijk moest maken om alles in één keer te doen.” Volgens hem was i-Police “op zich een goed project, alleen bleek het veel te groot en veel te log. Dus ik denk dat dit de juiste beslissing is.” Tegelijkertijd betreurt hij dat “Het is wel jammer dat er zoveel geld verspild is. Dat is een feit”, al nuanceert hij dat met: “Maar als de minister daarin zou slagen, ben ik de eerste om te applaudisseren. Het zou fijn zijn moesten we dat geld nog kunnen gebruiken voor andere zaken die nodig zijn op het terrein.” Zijn slotbeschouwing vat de situatie kernachtig samen: “Als op een bepaald moment de samenwerking niet lukt en het ei niet gelegd wordt, moet je op zoek naar een andere kip”.