Envato

Opsplitsing van grote opdrachten in percelen niet altijd verplicht

Willy Abbeloos
17/03/2026

De Europese richtlijn EU/2014/24 maakt er geen geheim van dat de Europese Unie voorstander is van de opsplitsing van grote opdrachten in kleinere percelen. Het doel van deze bepaling is de kleine- en middelgrote bedrijven gemakkelijker te laten deelnemen aan aanbestedingen, en uiteraard ook teneinde de concurrentie te vergroten.

Artikel 58, § 1, van de wet van 17 juni 2016, moedigt dan ook het gebruik van gesplitste opdrachten aan. Het tweede lid van deze bepaling stelt bovendien dat, voor de opdrachten van leveringen, diensten en werken, waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de herzienbare drempel voor de Europese bekendmaking zoals die van toepassing is voor de door de federale aanbestedende overheden geplaatste overheidsopdrachten voor leveringen en diensten (thans 140.000 €), alle aanbestedende overheden de verdeling in percelen moeten overwegen en, in geval zij besluiten niet in percelen op te delen, de voornaamste redenen daarvoor vermelden in de opdrachtdocumenten of in de informatie, die zij in elk geval wettelijk moet bijhouden overeenkomstig artikel 164, § 1, eerste lid, van de wet.

Aldus wordt de betreffende drempel die in beginsel bedoeld is voor de leveringen en diensten voor de federale overheid, in deze ook toegepast voor de opdrachten voor werken enerzijds, en ten aanzien van alle aanbestedende overheden anderzijds. Er is weliswaar geen verplichting om in percelen te voorzien voor de voormelde opdrachten, maar alle aanbestedende overheden, met inbegrip van de niet-federale overheden, moeten wel telkens nagaan of dit zinvol is.

Grote ondernemingen zijn niet onverdeeld gelukkig met deze aanmoediging, want zij verkiezen uiteraard grotere opdrachten teneinde hun materieel en personeel maximaal te kunnen benutten. Ook voor de aanbestedende overheden brengt een opsplitsing in verschillende percelen een hoop administratieve rompslomp met zich mee, alsook het risico op meer betwistingen en procedures.

De Raad van State werd onlangs gevat om zich uit te spreken omtrent de niet-opdeling van een opdracht voor de levering van ANPR camera’s, gekoppeld aan een IT systeem voor de hosting en de verwerking van de gegevens. Dergelijke opdracht kan gemakkelijk verdeeld worden in twee percelen, die trouwens dikwijls afzonderlijk worden geplaatst: enerzijds civiele werken (levering en plaatsing van de camera’s) en anderzijds het bouwen van een IT-platform dat cloudgehost is.

Het arrest (RvS, nr. 265.209, 16 december 2025) herinnert er in de eerste plaats aan dat de plaatsing van een overheidsopdracht ertoe strekt te voldoen aan de behoeften van de aanbestedende overheid. Er dient dan ook te worden verondersteld dat de aanbestedende overheid ter zake over een beoordelingsruimte beschikt. Hetzelfde geldt ook voor de keuze om daarbij de bewaring (hosting) van de oplossingen in een “cloud” omgeving te plaatsen, eerder dan op de servers van de lokale overheden die van de diensten zullen gebruik maken.

Weliswaar strekt de raamovereenkomst er ook toe reeds bestaande systemen verder te ondersteunen en de integratie van camera’s van andere leveranciers mogelijk te maken, maar zulks neemt niet weg dat door te kiezen voor één opdracht waarbij ANPR camera’s, softwareoplossingen en de hosting van de oplossingen in the cloud worden aangeboden, de aanbestedende overheid zoveel mogelijk heeft willen vermijden dat de eindgebruikers toch nog worden geconfronteerd met problemen qua integratie van bestaande camera’s.

De aanbestedende overheid argumenteerde voorts dat het bewaren op de eigen server door de verschillende lokale entiteiten veiligheidsrisico’s met zich meebrengt, terwijl een cloudgehoste aanpak kostenbesparend is, een opschaling in capaciteit toelaat en het de data makkelijker en beter toegankelijk maakt dan wanneer zij op lokale servers worden gehost.

De Raad besloot dan ook dat de keuze van de aanbestedende overheid om één geïntegreerde opdracht met sluitende servicegarantie in de markt te plaatsen en deze niet onder te verdelen in percelen, wel degelijk berust op draagkrachtige motieven en opweegt tegen de beperking van de mededinging, die het gevolg is van de samenvoeging van de opdracht en de niet-opdeling ervan in percelen. De tenuitvoerlegging van de beslissing om deze opdracht te plaatsen werd evenwel geschorst op basis van een andere grond, meer bepaald omdat naar het oordeel van de Raad van State de selectiecriteria niet in verhouding stonden tot het voorwerp van de opdracht.

Lees meer

Scroll naar boven